Home

Klinkerfonds

Agenda

Links

Klinkeren

Wake

Bezoekgroep Asielzoekers Rotterdam

 

correspondentie-adres:

Leendert Butterstraat 44, 3062 XN Rotterdam

 

e-mailadres:

info@bezoekgroep.eu

 

bankrekening:

NL94 TRIO 0197 6649 46

 

kvk-nummer:

57971412

ANBI

Bij de (voorlopig) laatste wake op Zestienhoven

De dag voordat de grote verhuizing van de gedetineerden naar Kamp Zeist begon was ik hier op bezoek bij meneer S., een Nigeriaan die vijf jaar in Nederland heeft geleefd en nu zes maanden in detentie heeft gewacht op een besluit op zijn herhaalde asielverzoek. Dat besluit werd steeds opnieuw uitgesteld, S. raakte in geestelijke nood en dacht dat het het beste zou zijn als hij een eind aan zijn leven zou maken. Dankzij de trouwe steun van de pastores hier in dit huis is dat niet gebeurd.

Toen ik hem bezocht om te vertellen dat ik van zijn advocaat had gehoord dat DT&V hem zou bezoeken vertelde hij mij dat alle ingeslotenen de volgende dag zouden verhuizen naar Kamp Zeist. Op de een of andere manier luchtte hem dat geweldig op, hoezeer hij ook in spanning zat, omdat het in ieder geval betekende: hier weg.

 

Op diezelfde dag sprak ik ook een aantal medewerkers hier die buitengewoon verontrust waren over de berichten over de plotselinge verhuizing. Onduidelijk was wat hun nieuwe rol zou worden: zouden ze hier kunnen blijven werken, werden ze overgeplaatst? Ook de pastores wisten niet wat hun toekomst zou zijn. Omdat in Kamp Zeist al geestelijke verzorging is, zouden zij mogelijk zonder werk komen te zitten.

 

Wat S. mij vertelde was dat de afgelopen week - en dat had zijn vertrouwen in de toekomst vergroot - veel van zijn kameraden tamelijk onverwacht waren vrijgelaten, zoals hij dat noemt, of zoals wij dat noemen: op straat waren gezet, geklinkerd. Ik heb dat niet kunnen nagaan, maar ik geloof hem op zijn woord dat deze verhuizing is voorbereid. De top van Justitie wist het natuurlijk wel van tevoren. Door het snel klinkeren van een aantal ingeslotenen hoefden minder mensen verhuisd te worden.

 

De volgende dag - op vrijdag - hoorde ik dat S. tijdens de verhuizing naar een aparte afdeling was verplaatst en ’s avonds nog op het vliegtuig naar Nigeria was gezet. Ik vertel dit omdat wij in deze kring die al die dingen horen over de zogenaamde vluchtelingencrisis en geconfronteerd worden met een eindeloze hoeveelheid ‘zeer genuanceerde meningen’, hier één ding gemeen hebben: namelijk dat wij de zaak niet in de eerste plaats bekijken op het punt van haalbaarheid, op het punt van mogelijkheden, op het punt van politieke prioriteit, maar dat we consequent vanuit het gezichtspunt van de slachtoffers willen kijken en denken.

En ik denk dat in deze grote kring, wij iets gemeenschappelijk hebben en dat we meer moeten doen dan nu afscheid nemen. Het kan er bij mij niet in dat dit de laatste keer zou zijn dat we in Rotterdam met zo’n groep bij elkaar staan. Wat de gang van zaken rond S. mij weer leerde was dat er twee groepen zijn, de mensen die worden uitgezet, zeer snel, en de mensen die niet worden uitgezet en dus op straat komen te staan.

 

In gesprek met de mensen met wie wij als bezoekgroep veel te maken hebben - namelijk de mensen die op straat komen, geen toekomst hebben en geen plek hebben - merken we dat zij zich soms bedreigd voelen door de nieuwe stroom van vluchtelingen. Een merkwaardig verschijnsel dat onder de slachtoffers een soort klassenstrijd ontwaakt.

Er gaat buitengewoon veel belangstelling, welwillende belangstelling ook, uit naar de stroom van nieuwe vluchtelingen, maar er wordt gezwegen over de tallozen die geen verblijfsvergunning zullen krijgen. U kunt erop rekenen dat als er zoveel mensen asiel aanvragen er een groot aantal zal worden afgewezen. En dat grote aantal afgewezenen zal zeker niet de volgende dag in een vliegtuig of op een schip worden gezet. Dat betekent: die komen weer op ons af, of er hier een detentiecentrum staat of niet. Er zal een blijvende stroom van mensen zijn die, ook als ze de kans zouden krijgen om weg te gaan, ervoor zal kiezen om niet voor niets huis en haard te hebben verlaten. U hebt in de krant gelezen dat in de kringen van DT&V, men zich daarop ook voorbereidt. Er wordt aan de medewerkers binnenkort een cursus aangeboden door deskundigen van de toegepaste psychologie om een gesprek zo te kunnen voeren dat iemand die iets niet wil aan het eind van het gesprek toch zal zeggen: “Ja, ik wil eigenlijk wel!” Zulke gesprekken doen denken aan verhoormethoden waar we maar liever maar niet aan willen denken. Maar het betekent dat in toenemende mate afgewezen asielzoekers niet meer in detentie genomen zullen worden. Ze zullen op alle mogelijke manieren onder druk worden gezet en soms met geweld worden teruggestuurd naar het land van herkomst. Veel van die mensen zijn nu al in onze stad aanwezig, bij de Pauluskerk en het ROS zien we ze dagelijks.

 

Die groep is groter dan wij als bezoekgroepje ook maar enigszins kunnen opvangen. Wij weten dat in de afgelopen jaren maar een deel van onze tijd uitgegaan is naar het bezoeken van ingesloten mensen hier. Het grootste deel van onze inspanning was en zal zijn om een handjevol mensen in onze stad enige mate van menselijk leven te verschaffen. De solidariteit met hen en concrete steun voor hen en de programma’s die we zouden kunnen ontwikkelen om hen uit de verveling en de vernederende positie onderaan de ladder van onze maatschappij te redden wordt een hoge prioriteit, denken wij. Ik zou daarom een beroep willen doen op de werkgroep die zo trouw deze wakes heeft georganiseerd om niet te spreken van een laatste bijeenkomst, maar van het begin van een nieuwe periode. Die zal niet minder moeilijk zijn dan die we tot nu toe hebben meegemaakt.

 

(Bob ter Haar, Bezoekgroep Asielzoekers Rotterdam)